Categorie: concepts Bijgewerkt: 2026-04-17 go-plus mobiel barcode-scanner app uct frontend

Ultimo Go en Go+

Ultimo Go en Go+ zijn de mobiele apps van Ultimo waarmee technici en medewerkers in het veld toegang hebben tot Ultimo-functionaliteit. Go+ is de modernere versie met uitgebreidere mogelijkheden, waaronder een barcode scanner, urenregistratie en picklist-functionaliteit.

Gerelateerd: uct-overzicht, application-element-tree, screens


Verschil tussen Go en Go+bewerken

Aspect Ultimo Go Ultimo Go+
Platform Mobiel (iOS/Android) Mobiel (iOS/Android)
Interface Basisweergave van Ultimo-schermen Geoptimaliseerde mobiele interface
Barcode scanner Niet beschikbaar Beschikbaar (met licentie)
Offline werken Beperkt Uitgebreider
Configuratie in UCT Via Go(+)-pagina Via Go(+)-pagina + AET-settings

Configuratie in de UCTbewerken

Go(+)-paginabewerken

UCT > User Interface > Go(+)

De Go(+)-pagina beheert contextgebonden snelkoppelingen en navigatie-acties. Dit zijn knoppen of links die gebruikers snel toegang geven tot functies, rapporten of schermen vanuit een bepaalde context.

Lijstweergave:

Kolom Beschrijving
Context De module (bijv. Gebouw, Building)
Entity De entiteit waarop het item van toepassing is
Name Technische naam (bijv. BuildingCondition, CostEstimating)
Description Beschrijving van het item
Custom Klantspecifieke aanpassing
Links Gekoppelde navigatie

Detailpaneel:

Tab Inhoud
Basic Subtitle, selectievakjes voor activering
Definition XML-definitie van het Go(+)-item

Praktische tips:


AET-instellingen voor Go+bewerken

De volgende AET-settings zijn relevant voor Go+ (configureerbaar via application-element-tree):

Authorisation

Setting Beschrijving
Go access Toegang tot Ultimo Go inschakelen
Go+ access Toegang tot Ultimo Go+ inschakelen
Web access Toegang tot Ultimo Web inschakelen

Authentication (federated)

Setting Beschrijving
Use browser for SSO in Go+ Gebruik browser in plaats van embedded WebView voor SSO in Go+

Barcode Scanner

De Barcode Scanner-module in Go+ maakt het mogelijk om artikelen te scannen voor magazijnbeheer. De volgende AET-settings zijn beschikbaar:

Setting Beschrijving
Add article warehouse Automatisch een artikel-magazijnkoppeling aanmaken bij scan
Allow negative stock Negatieve voorraad toestaan bij uitgiftes
Use hour registration Urenregistratie-module in de barcode scanner gebruiken
Use pick list Picklist-module in de barcode scanner gebruiken
Warehouse in barcode Magazijn en artikel samen in barcode (formaat: WhsId%ArtId)
Use warehouse stock adjustment Module voorraadaanpassing gebruiken
Use warehouse transfer Module magazijnoverdracht gebruiken

Barcode Scanner Confirm Quantity

Setting Beschrijving
Confirm quantity Bevestiging vragen bij groot aantal items
Confirm quantity value Drempelwaarde voor de bevestigingsvraag (standaard: 0)

Barcode Scanner Cost Carriers

Bepaal welke kostendragers beschikbaar zijn bij magazijnuitgiftes via de barcode scanner:

Setting Beschrijving
Cost carrier cost center Kostenplaats als kostendrager
Cost carrier department Afdeling als kostendrager
Cost carrier equipment Equipment als kostendrager
Cost carrier job Job als kostendrager
Cost carrier process function Procesfunctie als kostendrager
Cost carrier skill category Vakgroep als kostendrager
Hide the cost carrier form Verberg kostendragerformulier in module Correction

Groepsinstellingen voor Gobewerken

In de UCT-pagina Authorisation > Groups (tabblad Basic) kun je per groep instellen welke backoffices beschikbaar zijn in Ultimo Go. Wanneer het vinkje Enable is aangevinkt bij een backoffice-regel, is die backoffice beschikbaar voor gebruikers van de groep in Go.


Mobiele weergave van de navigatiebalkbewerken

Op kleine schermen past Ultimo de navigatiebalk automatisch aan:

Schermbreedte Aanpassing
< 1224 px Knoppen rechts worden vervangen door een hamburger-menu
< 1000 px Het schermpad verdwijnt; alleen de schermtitel wordt getoond
< 879 px Het Ultimo-logo verdwijnt

De bovenrand toont de applicatiemodus via kleur: rood = Development, groen = Test, geel/oranje = Acceptance, geen kleur = Production.


Standaard Go-applicatiesbewerken

Ultimo Go(+) komt out-of-the-box met 13 applicaties. Elke applicatie heeft eigen standaard-schermen, menu's en lijsten (DataSets) in de GoManager:

Applicatie Context Definities
Default Gedeeld over alle apps (WorkOrderType, Priority, Employee, etc.) 159
Building Gebouwbeheer 65
Operations Operationeel onderhoud 61
TechnicalService Technische dienst / TD 57
Infra Infrastructuur-onderhoud 54
InformationTechnology ITSM / CMDB 36
Cleaning Schoonmaak 35
Fleet Wagenparkbeheer 35
MedicalTechnology Medische technologie 30
FMService FM-dienstverlening (tickets, incidenten) 29
SelfService Self-service portal voor medewerkers 20
HealthSafetyEnvironment HSE (veiligheid, incidenten, werkvergunningen) 15

Context: elke app bepaalt welke context (bv. BuildingContext.Standard, EquipmentContext.Building) en welke statusfilters standaard actief zijn. Bij app-selectie in de Homepage wordt de juiste app-configuratie geladen.

Homepage: de app-switcher is meertalig (14 talen: DA/DE/EL/EN/EN-US/ES/FI/FR/HU/IT/NB/NL/PL/PT) — labels komen uit ultimo_gomanager.xml.

Consultant-tip: bij klantimplementatie kies je welke apps geactiveerd worden via AET (Application Element). Definities kunnen per klant worden overschreven (HasStandard=false).


Structuur van een Go-applicatiebewerken

Een Go-app bestaat uit vier typen definities die samen de mobiele UI vormen:

Component Rol Aantal (standaard)
Menu Navigatie-root per app. Bevat sections met lijst-referenties. 11 (1 per app, Homepage uitgezonderd)
DataSet Query-definitie: welke entiteit, welke filters, welke order-by. Parameteriseerbaar met ${VariableName}. 356
Screen Mobiele detail-pagina. Bevat sections, workflows en conditions (per context). 99
Entity-template Rendering-template voor entiteit-lijsten (title, subtitle, image, navigation). 130

Flow: Homepage → Menu → DataSet → Screen. Een gebruiker kiest een app in de Homepage, ziet het Menu, klikt op een lijst-item (DataSet → Entity-template rendering), opent een detail-pagina (Screen) en triggert een workflow.

Mobile-workflows: mobile screens roepen workflows aan met prefix Mobile_* (bv. Mobile_ReportJob, Mobile_FinishJob). Die zijn los van desktop-workflows gedefinieerd en vaak gestroomlijnd voor touch-interactie.

Parameteriseerbare DataSets: DataSets kunnen <Property Name="X" Accessor="Required" Type="String" /> declareren. Menu-items vullen deze parameters in via <Properties>. Voorbeeld: DataSet="BuildingBuildingFloor" met BuildingId parameter — toont floors voor een specifiek gebouw.

Consultant-tip: standaard-definities (HasStandard="true") kun je niet direct wijzigen; maak een klant-custom kopie met HasStandard="false" voor aanpassingen.


Systeeminformatie over Go+bewerken

In de UCT-pagina Logging > System Information (tabblad Website) worden de Go+-versies getoond. Controleer hier of de juiste versie is gedeployd.


Praktische tipsbewerken


Brondatabewerken

Let op: De wiki-samenvatting hierboven beschrijft AET-settings bij hun label. Voor de feitelijke settingId, valuetype, default en inherited-value gebruik de onderstaande tools.


Zie ookbewerken